Linda S BDE
|
Beschrijving Ervaring:
Ik weet niet zeker waar ik moet beginnen met het beschrijven van mijn ervaring, dus ik denk dat het het beste is om bij het begin te beginnen.
Als kind was ik ernstig mishandeld door mijn stiefvader, en toen ik dertien jaar oud was, stak hij me in de borst en liet me voor dood langs de kant van de weg liggen. Gelukkig werd ik gevonden door een voorbijganger en naar het ziekenhuis gebracht voor behandeling en herstel. Ik heb ongeveer zes maanden in het ziekenhuis doorgebracht om van deze aanval te herstellen. Deze aanval is niet direct relevant voor mijn bijna-doodervaring, maar ik wilde wat achtergrondinformatie geven over mezelf en enkele gebeurtenissen in mijn leven die leidden tot mijn zelfmoordpoging. Nadat ik hersteld was, besloot mijn moeder met mijn broers en zussen en mij te verhuizen van het kleine stadje waar we woonden naar de grote stad Toronto. Deze verhuizing was een behoorlijke cultuurschok voor me en het werd me duidelijk gemaakt dat ik de aanval moest vergeten en verder moest gaan met mijn leven. Ik kreeg geen psychologische hulp of ondersteuning aangeboden. Helaas was ik daartoe niet in staat en moest ik op elke mogelijke manier zien te overleven.
Kort na mijn verhuizing naar Toronto, toen ik veertien jaar oud was, pleegde ik mijn eerste zelfmoordpoging, en dat was het begin van een neerwaartse spiraal in mijn leven. Ik raakte ernstig depressief na de aanval bij mijn stiefvader en mijn hele leven draaide om de wens om te sterven. Ik heb minstens vijftig zelfmoordpogingen gepleegd (allemaal met een overdosis van pillen). Veel van mijn pogingen waren bijna fataal, maar desondanks verloor ik nooit het bewustzijn of was ik klinisch dood, tot mijn laatste poging, zo'n tien jaar geleden. Die laatste zelfmoordpoging heeft zo'n grote impact op mijn leven gehad dat ik sindsdien geen poging meer heb gedaan en dat ook nooit meer zal doen.
Ongeveer een maand voor mijn laatste zelfmoordpoging verloor ik mijn vijftienjarige zus die werd aangereden en gedood door een dronken chauffeur. Na de dood van mijn zus gaf ik het helemaal op en niets in mijn leven deed er nog toe. Mijn zus was de enige persoon in de wereld met wie ik een hechte band had en die belangrijk voor me was. Ik had het gevoel dat ik het grootste deel van mijn leven had geworsteld met depressie en mijn bestaan in twijfel had getrokken, en dat zij de enige reden was waarom ik zo hard vocht om te leven. Ik gaf het volledig op en deze keer zwoer ik dat ik erin zou slagen een einde aan mijn leven te maken.
Ik wist dat ik in grote problemen zat, dus liet ik me opnemen op de psychiatrische afdeling van een ziekenhuis, in de hoop dat ze me tegen mezelf zouden kunnen beschermen of me zouden kunnen helpen een reden te vinden om door te leven. Drie dagen nadat ik me had laten opnemen, sprak ik mijn verpleegster aan en vertelde haar dat ik met haar wilde praten omdat ik op dat moment dood wilde. Ze zei dat ze pauze had en later met me zou praten. Ik werd toen erg boos en dacht dat ik haar wel eens een lesje zou leren. Vervolgens vroeg ik een tijdelijk verlof aan. Omdat ik vrijwillig was opgenomen, mocht ik het ziekenhuis telkens voor twee uur verlaten. Ondanks dat ik net had gezegd dat ik op dat moment dood wilde, mocht ik toch naar buiten.
Ik verliet het ziekenhuis en stopte bij de eerste de beste apotheek waar ik een flinke hoeveelheid pijnstillers kocht. Vervolgens ging ik naar het dichtstbijzijnde hotel en checkte in. Eenmaal in mijn kamer slikte ik de pillen en dronk ik grote hoeveelheden alcohol, die ik uit de minibar in mijn kamer had gehaald. Dit waren meer pillen dan ik ooit in mijn leven had ingenomen, dus ik was er zeker van dat dit het gewenste effect zou hebben.
Ik had eigenlijk nooit veel nagedacht over het stervensproces zelf of wat er daarna zou gebeuren. Ik dacht gewoon dat de dood het einde van alles zou zijn en dat ik vredig in slaap zou vallen, nooit meer wakker zou worden en dat de rest van de eeuwigheid gewoon een leegte en een niet-bestaan zou zijn. Ik had niet echt een geloofsovertuiging. Ik wil niet zeggen dat ik een atheïst was, maar ik wist ook niet zeker of ik in God geloofde. Het maakte me eigenlijk niet zoveel uit en ik heb er nooit echt veel over nagedacht.
Een paar uur nadat ik alle pillen en alcohol had geslikt, besloot ik dat het beter was om terug naar het ziekenhuis te gaan, omdat de twee uur die ik buiten mocht zijn al voorbij waren. Ik was bang dat ze de politie zouden bellen, dus besloot ik terug te gaan en niets te zeggen over de pillen die ik had geslikt. Het duurde ongeveer een uur om de drie blokken terug naar het ziekenhuis te lopen, omdat ik behoorlijk dronken was van de combinatie van pillen en alcohol. Ik moest ook verschillende keren stoppen om uit te rusten. Toen ik eindelijk aankwam, werd ik op de begane grond opgewacht door twee bewakers, vanwege het late tijdstip. Het was overduidelijk dat ik dronken was, want ik kon niet recht lopen en ik rook vast en zeker naar alcohol. Ze begeleidden me terug naar de psychiatrische afdeling. De verpleegster scheen met een zaklamp in mijn ogen om mijn pupillen te controleren en zei toen dat ik naar bed moest gaan en mijn roes moest uitslapen. Ik zei geen woord over de pillen. Ik ging naar bed zoals gevraagd, in de veronderstelling dat ik die nacht zou sterven.
De volgende ochtend werd ik wakker met hevige misselijkheid en ik voelde me doodziek. Ik was geschokt en erg verward over waarom ik nog steeds leefde. Ik bracht de hele dag door op de psychiatrische afdeling en rende om de vijftien minuten naar het toilet om te braken. Ik voelde me erg ziek, duizelig en doodongelukkig, maar ik leefde nog steeds, wat me erg verwarde gezien het aantal pillen dat ik de avond ervoor had ingenomen. Ik begon te geloven dat ik uiteindelijk toch niet zou sterven en dat de pillen gewoon hun werk in mijn lichaam moesten doen. Het was voor iedereen om me heen overduidelijk dat ik extreem ziek was, maar omdat ik de avond ervoor dronken was geweest, gingen de verpleegkundigen ervan uit dat ik een flinke kater had. Ik wilde de verpleegkundigen over de pillen vertellen, omdat ik niet langer geloofde dat ik zou sterven en in de hoop dat ze iets voor me zouden kunnen doen zodat ik me beter zou voelen, want ik voelde me zo ontzettend ziek. Maar ik was bang dat ik gedwongen opgenomen zou worden of in een inrichting zou belanden vanwege mijn zelfmoordpoging. Daarom besloot ik te zwijgen.
Tegen de avond kon ik de duizeligheid, misselijkheid en het algehele gevoel van ziekte niet langer verdragen. Ik gaf het uiteindelijk op en vertelde de verpleegster over de pillen die ik de avond ervoor had ingenomen. De verpleegster klonk erg sceptisch en leek me niet te geloven, maar ze zei dat ze het met de dienstdoende arts zou bespreken. De arts gaf onmiddellijk opdracht tot een bloedonderzoek. Mij werd verteld dat uit het bloedonderzoek bleek dat ik inderdaad pillen had ingenomen, maar dat het er niet zo ernstig uitzag, dus dat het onmogelijk was dat ik de hoeveelheid pillen had ingenomen die ik beweerde. Ik was erg in de war, want ik wist wat ik had ingenomen, dus ik begreep niet waarom mijn bloedonderzoek iets anders aangaf. Dit versterkte alleen maar mijn idee dat de pillen gewoon hun werk deden en dat ik niet zou sterven. De arts besloot dat ze me voor de zekerheid een infuus zouden geven en dat ze elke drie uur bloedonderzoek zouden doen om er zeker van te zijn dat alles in orde was.
Ik verbleef twee dagen op de psychiatrische afdeling met een infuus, en toen begonnen mijn bloedtesten plotseling leverschade aan te tonen. Er werd besloten me over te plaatsen naar een medische afdeling voor intensieve observatie. Er werden voortdurend bloedtesten genomen en elke test liet meer en meer leverschade zien. Na twee dagen op de medische afdeling (vier dagen na de overdosis pillen) was mijn lever zo ernstig beschadigd dat me werd verteld dat ik een levertransplantatie nodig had en werd ik overgebracht naar de intensive care. Mij werd verteld dat ik, omdat ik mijn eigen lever opzettelijk had beschadigd, de laagste prioriteit had voor een nieuwe lever, maar zonder een nieuwe lever zou ik zeker sterven. Op dat moment begon ik me te verzoenen met de gedachte dat ik misschien zou sterven. Tegelijkertijd was ik in ontkenning, omdat het vier dagen geleden was dat ik een zelfmoordpoging had gedaan en ik nu spijt had en niet meer wilde sterven. Ik was op dat moment volledig bij bewustzijn en voelde me niet doodziek. Ik had moeite om te accepteren en te begrijpen wat de artsen me vertelden. Mijn ouders, die op dat moment in New Brunswick woonden, werden gebeld en verteld om zo snel mogelijk naar het ziekenhuis te komen, omdat ik er extreem slecht aan toe was.
Ik verliet mijn lichaam voordat mijn ouders arriveerden. Ik zweefde in de lucht, vlak onder het plafond, en kon mezelf op het bed zien liggen. Ik zag acht infuuszakken met vloeistof die via een grote ader in mijn nek werden toegediend. In één van de zakken zat een bruinachtige vloeistof. Ik hoorde de verpleegster roepen dat ik een hart- en ademhalingsstilstand had. Vervolgens bevond ik me in een donkere tunnel. Het was er pikdonker en ik kon niets zien. Plotseling zag ik een felgekleurde, hagedisachtige slang op me afspringen en ik werd doodsbang. Het volgende moment waren die slangachtige wezens overal om me heen. Ze sprongen op me af terwijl ik bleef vallen. Ik was doodsbang, meer dan ik ooit zou kunnen beschrijven. Ik had echt het gevoel dat ik op weg was naar een soort hel en begon te denken dat er toch wel een God moest bestaan.
Toen begon ik, om de één of andere vreemde reden, te denken aan een gebed dat mijn grootmoeder vroeger met me opzei toen ik klein was, en dat ik tot nu toe helemaal vergeten was. Het ging als volgt: 'Ik bid tot de Heer om mijn zonden te vergeven. Mocht ik sterven voordat ik wakker word, dan bid ik dat de Heer mijn ziel tot zich neemt.' Ik begon dit gebed steeds opnieuw op te zeggen. Het volgende moment zag ik mijn zus, die kort daarvoor was omgekomen bij een ongeluk veroorzaakt door een dronken chauffeur. Er straalde een licht om haar heen en er hing een onbeschrijfelijke vrede om haar heen. Ze begon me te begeleiden en het volgende moment bevond ik me in een andere tunnel aan de rechterkant die omhoog liep. Deze tunnel was heel helder met vele onbeschrijfelijke kleuren en talloze kleine witte lichtjes. Ik bewoog me extreem snel en aan het einde was een groot, wit, stralend licht.
Ik voelde meer sereniteit, vrede en liefde dan ik ooit in woorden zou kunnen uitdrukken. Ik was volledig betoverd en vol ontzag. Ik voelde me sterk aangetrokken tot dit licht en wilde erheen blijven gaan, maar toen ik dichterbij kwam, hoorde ik een mannenstem zeggen dat ik terug moest. Het was nog niet mijn tijd. Deze stem vertelde me verder dat ik veel mensen zou helpen onderwijzen en begeleiden. Vervolgens werd ik me ervan bewust dat ik weer in mijn lichaam was, maar ik kon niet bewegen of mijn ogen openen. Ik herinner me dat ik mijn hand probeerde te bewegen en mijn ogen probeerde te openen, maar het lukte niet, hoe hard ik het ook probeerde. Ik begreep toen niet waarom ik dat niet kon, maar nu denk ik dat het waarschijnlijk komt doordat ik mijn lichaam had verlaten tijdens mijn hartstilstand en ademhalingsstilstand, en er vervolgens weer in terugkeerde nadat ik gereanimeerd was. Na de reanimatie lag ik echter in coma, dus dat verklaart waarom ik niet kon bewegen of mijn ogen kon openen.
Achtergrondinformatie:
Geslacht: Vrouw
Datum BDE: April to Oktober 1994
Was er een levensbedreigende gebeurtenis op het moment van de ervaring? Ja. Zelfmoordpoging. Ik had een zelfmoordpoging gepleegd door een enorme overdosis pillen te slikken. Ik kreeg drie keer een hartstilstand en ademhalingsstilstand en lag zes maanden in coma.
BDE elementen:
Hoe schat je de inhoud in van je ervaring? Gemengd.
Voelde je je afgescheiden van je lichaam? Ik verliet duidelijk mijn lichaam en bestond er los van.
Hoe was je hoogste peil van bewustzijn en alertheid tijdens de ervaring in vergelijking tot je normale, alledaagse bewustzijn en alertheid? Meer bewustzijn en alertheid dan normal. Het voelde gewoon zoveel echter aan dan alles wat ik ooit in mijn hele leven had meegemaakt.
Op welk moment tijdens je ervaring was je op je hoogste peil van bewustzijn en alertheid? Ik was bewusteloos, maar ik voelde me tegelijkertijd zeer bewust, alert en helder van geest.
Werden je gedachten sneller? Ongelooflijk snel.
Leek het alsof de tijd sneller of trager ging? Alles leek ineens te gebeuren; of tijd leek te stoppen of verloor alle betekenis. Tijd speelde geen rol en leek eigenlijk niet te bestaan. Ik heb een heel vaag besef van tijd. Deze ervaring leek uren te duren, maar ik vermoed dat mijn bijna-doodervaring plaatsvond toen ik klinisch dood was, dus in werkelijkheid duurde het slechts een paar minuten. Bovendien lag ik na de hartstilstand acht maanden in coma en toen ik wakker werd, was ik volledig in shock. Ik had geen idee dat er zoveel tijd verstreken was. Ik dacht misschien één dag, maar acht maanden (wat een schok!).
Waren je zintuigen scherper dan gewoonlijk? Ongelooflijk scherper.
Vergelijk je zicht tijdens de ervaring met je alledaags zicht die je had net vóór het moment van de ervaring. Ja. Alles leek veel kleurrijker en helderder dan normaal.
Vergelijk je gehoor tijdens de ervaring tegenover je alledaags gehoor die je had net vóór het moment van de ervaring. Onduidelijk.
Leek jij je bewust te zijn van zaken die elders gebeurden, zoals een buitenzintuiglijke waarneming? Ja en de feiten zijn gecontroleerd geweest.
Ben je in of door een tunnel gegaan? Ja. Ik ben door twee tunnels gegaan die ik hierboven heb beschreven.
Was je je bewust van of ben je overleden (of levende) wezens tegengekomen? Ja. Ik zag mijn overleden zus en hoorde een mannenstem waarvan ik het gevoel had dat het God was, zoals ik hierboven al heb beschreven.
Heb je een helder licht gezien of gevoeld dat het je omringde? Een licht dat duidelijk van mystieke of niet-aardse origine was.
Heb je een onaards licht gezien? Ja.
Leek het alsof je een andere, onaardse wereld binnendrong? Nee.
Welke emoties voelde je tijdens de ervaring? In het begin was ik doodsbang. Daarna begon ik me heel kalm en sereen te voelen en ervoer ik een onbeschrijflijk gevoel van liefde.
Had je een gevoel van vrede of vrolijkheid? Ongelooflijke vrede of plezier.
Had je een gevoel van vreugde? Ongelooflijke vreugde.
Had je een gevoel van harmonie of eenheid met het universum? Ik voelde me verenigd of één met de wereld.
Leek je opeens alles te verstaan? Alles over het universum.
Heb je beelden gezien uit je verleden? Mijn verleden flitste zich voor mijn ogen, buiten mijn controle. Kort nadat ik mijn lichaam had verlaten en nog steeds in de ziekenhuiskamer was, zag ik mijn leven als een film aan me voorbijflitsen. Mij werd verteld dat ik veel mensen zou helpen onderwijzen en dat is precies wat ik nu doe.
Waren er beelden uit de toekomst? Beelden van de toekomst van de wereld.
Kwam je aan een obstakel of een fysieke structuur die je tegenhield? Ja. Ik had het gevoel dat als ik naar het felle licht aan het einde van de tunnel zou gaan, ik niet meer naar mijn lichaam zou kunnen terugkeren.
Kwam je aan een grens of een punt waar je niet meer kon terugkeren? Ik kwam aan een barrière waar ik geen toegang kreeg om verder te gaan; ik werd teruggezonden tegen mijn zin.
God, Spiritueel en Religie:
Wat was je godsdienst vóór je ervaring? Onduidelijk. Geen.
Zijn je religieuze gewoonten veranderd sinds je ervaring? Ja. Ik ben nu een wedergeboren christen.
Welke godsdienst beoefen je nu? Gematigde christen.
Veranderden je waarden en overtuigingen door de ervaring? Ja. Ik ben nu een wedergeboren christen.
Leek het alsof je een mystiek wezen of aanwezigheid ontmoette? Of een stem hoorde die je niet kon identificeren? Ik zag duidelijk een wezen of ik hoorde duidelijk een stem van mystieke of onaardse origine.
Zag je overledenen of religieuze geesten? Ik zag hen duidelijk.
In verband met onze levens op Aarde niet gerelateerd aan godsdienst:
Verkreeg je tijdens je ervaring speciale kennis of informatie over je doel? Onduidelijk. Destijds leek alles logisch, maar ik kan het me nu niet meer herinneren.
Zijn je relaties specifiek veranderd door je ervaring? Nee.
Na de BDE:
Was de ervaring moeilijk te verwoorden? Ja. Ik heb tot nu toe nog nooit over mijn bijna-doodervaring gesproken of erover verteld, dus het is best lastig om het zo te formuleren dat het begrijpelijk is. Het is ook erg moeilijk om de juiste woorden te vinden om te beschrijven wat ik heb meegemaakt, omdat er niets in mijn leven of in deze wereld is dat er ook maar enigszins mee te vergelijken is. Daarom is het extreem moeilijk om de juiste woorden en beschrijvingen te vinden.
Heb je helderziende, ongewone of andere speciale gaven gekregen na je ervaring die je niet had vóór je ervaring? Nee.
Is er één of zijn er verschillende delen van je ervaring die meer betekenis heeft/hebben voor jou? Ik geloof nu zonder enige twijfel dat God bestaat en dat Hij vol is van meer liefde dan met woorden in de Engelse taal ooit te beschrijven valt. Sinds mijn bijna-doodervaring ben ik christen geworden en heb ik een onblusbare liefde en een diep verlangen om anderen te helpen. Ik ben motivational speaker geworden en deel mijn verhaal met talloze mensen, instanties en organisaties. Vanwege mijn verhaal ben ik regelmatig in de media geweest en heb ik onlangs een provinciale onderscheiding ontvangen, genaamd 'The Courage to Come Back'. Ik deel de fysieke aspecten van mijn verhaal met mensen: de zelfmoordpogingen, de depressie, het misbruik in mijn jeugd, enzovoort. Ik heb echter nog nooit met iemand gedeeld wat er precies gebeurde toen ik stierf of in coma lag. Ik dacht dat als iemand het wilde weten, diegene het wel zou vragen, en niemand heeft er ooit naar gevraagd.
Heb je ooit deze ervaring gedeeld met anderen? Nee.
Had je kennis over bijnadoodervaring (BDE) vóór je ervaring? Nee.
Wat geloofde je over de echtheid van je ervaring kort nadat het gebeurd was? (dagen tot weken) Ervaring was waarschijnlijk reëel. Het leek echt, maar na mijn ontwaken uit de lange coma was ik aanvankelijk behoorlijk gedesoriënteerd. Daarom probeerde ik mezelf ervan te overtuigen dat het waarschijnlijk door de medicijnen kwam die ik in het ziekenhuis had gekregen, of dat ik had gehallucineerd vanwege mijn ziekte. Toch voelde het heel echt aan.
Wat geloof je nu over de realiteit van jouw ervaring? Ervaring was zeker reëel.
Heeft er ooit iets in je leven je hetzelfde gevoel gegeven als jouw ervaring? Nee.