Toen tijd stil stond
Home Page Bestaande BDEs Deel uw BDE



Beskrivelse af oplevelsen:

3 Mei, 1969 "B" Co., 2nd Bn/47' Inf (Mech.), 9' Inf Div.

Het was naar het einde van het droge seizoen toe, en mijn peloton vertrok. Onze missie was simpel; langs de weg rijden en de vlag tonen als bewijs dat wij nog altijd de touwtjes in handen hadden. De twee voertuigen voor mij waren al aan het rijden en begonnen het verpulverde stof in wolkjes achter zich te laten. Lady, onze pelotonsmascotte, liep naast ons terwijl ze met haar staart kwispelde. Ze ging niet meer met ons mee op missie, sinds een landmijn haar eens bijna kapotgeblazen had. Ik ruilde m’n hoed voor een helm, zette m’n zonnebril op, en laadde het .50 caliber machinegeweer terwijl we door de poorten van het kamp reden en aan snelheid wonnen. Lady stopt een paar meter na de poort, en zag ons vertrekken.

Onze 4 voertuigen bereikten snel de monotone maar comfortable 60km/h, wat ons een welkom briesje opleverde. Aan beide kanten van de weg, kilometer na kilometer, lagen er dijken die het land in verschillende stukken verdeelden. De vage gele schijn van de laatste seizoensgewassen bedekten de aarde van het veld. Gescheiden door barsten van meer dan een centimeter dik was de kleibodem opgedroogd. Hoewel het land vlak was, zagen we niet eindeloos in de verte, maar eindigde ons zicht abrupt door de boomlijn van het bos.

Dit bos was opgebouwd uit dikke groene palmen. Van geen enkele plaats in de Mekong rivierdelta kon iemand ontsnappen zonder volledig door de dichte bomengroei omringd te zijn, soms enkele kilometers breed, op andere plaatsen slechte enkele honderden meters. Het bos groeide waar de rivierdeltas zich bevonden, en een netwerk van bomen leek ontstaan. “Wij” controleerden de grotere dorpen en de steden, de wegen, de lucht, de belangrijke waterwegen en de rijstvelden. De boslijn behoorde toe aan “Charlie”.

Onder het geluid van zoemende diesels en een kilometerslange wolk van stof, begonnen we een deel van de weg te naderen waar de junglemuur langs beide kanten van de weg opdoemde. Instinctief begon ik de boslijn van dichterbij te inspecteren. Plotseling werd een grote anti-tank mijn opgeblazen onder onze truck. Onmiddellijk wist ik wat er aan de hand was (omdat m’n convooi al opgeblazen geweest was, slechts drie weken terug) , en ik dacht tot mezelf, “Oh shit, hier gaan we weer”. Ik werd omhoog gekatapulteerd, samen met alles en iedereen. Mensen, stof, wapens, munitie, helmen en boxen vormden een uitzettende kegel met mij in het midden.

Tijdens het naar boven geblazen worden, werd de tijd vertraagd. De snelheden waarop alle voorwerpen rond mij geslingerd werden vertraagde in wat leek op een overtreding van de wet van behoud van beweging. Ik was gefascineerd door dit onnatuurlijke vertragen van de lichamen van mijn kameraden en dacht “Is dit het einde? Zijn we allemaal dood?” Toen ik het hoogste punt van m’n vlucht bereikte, stopte tijd helemaal en daalde een onbeschrijflijke kalmte neer. De soort van bewustzijn die zich toen ontrafelde tegenover het wakende bewustzijn, was als wat wakend bewustzijn is tegenover een droom. Wat het ook mocht zijn, het was rustgevend, allesomvattend (in tijd als ruimte), en absorbeerde alles in een ondeelbaar geheel.

Het hele verleden, heden en toekomst van het universum viel in één punt, een punt waarvan alles dat bestond afhankelijk was. Het is het “Licht” van puur bewustzijn dat alle dingen verlicht. Het is het ultieme doel van de bijbelpassage “De lamp van het lichaam is het oog. Indien dan uw oog zuiver is, zal geheel uw lichaam verlicht zijn” (Matt. 6:22). Het is het grote Niets - daar het alle dingen omvat en net daarom zelf geen ding is. Dat is waarom het het alles in alles is.

Verder nog, er was (en er is nog steeds) absoluut geen twijfel over de authenticiteit van dit alles. In het kort, God zelf nam de teugels over mij in handen in die zin dat ik mij niet meer voelde bestaan als een aparte entiteit ,maar als geheel. Er was een overweldigend gevoel van zegen, liefde en vreemd genoeg, een sterk gevoel van deja vu. Op miraculeuze wijze werden de Echte Thuis en de Echte aard van alles onthuld.

De gebeurtenissen van mijn leven tot dat punt kreeg ik op een ongehaaste en onbeoordeelde manier in groot detail te zien. Deze gebeurtenissen kwamen niet chronologisch, maar het leek erop alsof sommige gebeurtenissen benadrukter voorkwamen dan andere. Bijgevolg werd ik terug toegestaan om opnieuw alles te herleven (er was geen keuze, het was iets wat gewoon gebeurde), en ik werd de kans gegeven om me bewust te zijn van alles wat ik wilde weten, met de kennis dat tijd van geen belang was; inderdaad, er was “alle tijd van de wereld”. Ik ging verder met het focussen op aspecten van mijn leven die ik te zien kreeg en concludeerde dat er weinig was om beschaamd over te zijn. Eigenlijk maakte ik erg zwak gebruik van de gift van het leven, maar ik was dan ook nog maar een naïeve 22 jarige met een verbogen concept van wat belangrijk is in het leven.

Ik kon een “360 graden” panorama zien van de weg, de boomlijnen aan beide kanten, en de andere drie wagens van mijn peloton (twee voor ons, één achter). De ganse episode leek in mijn hoofd gelocaliseerd, maar ik was er niet zeker van of mijn hoofd nog vasthing aan de rest van mijn lichaam, hoewel dit eigenlijk van weinig belang leek. In andere woorden, het deed me weinig dat mijn leven voorbij zou zijn over een paar seconden. Ik werd daarna zachtjes (maar overtuigend) “geinformeerd” dat ik de explosie zou overleven zonder erge verwondingen en dat ik zelfs Vietnam zou verlaten in één geheel. Dus keerde ik egoistisch mijn aandacht naar de onmiddellijke situatie en besliste heel kalm en vrij dat ik:

1) bij bewustzijn moest blijven, zodat ik niet in de paar centimeter water zou verdrinken. 2) mijn spieren ontspannen moest houden, zodat ik zo weinig mogelijk botten zou breken, en 3) moest van de weg zien te rollen, zodat ik niet overreden zou worden. Pas nadat mijn gedachten over al deze dingen een besluit hadden gemaakt, begon de tijd opnieuw te lopen. De transcendente vorm van bewustzijn werd beëindigd en ik keerde terug naar het wakende bewustzijnsniveau. Ik kon de grond zien onder me en begon ernaartoe te vallen...

Ik werd achtergelaten met een intens gevoel van welbehagen en respect. Sedertdien ben ik overtuigd (nog sterker overtuigt dan dat 2 plus 2, 4 is) dat God niet langer een kwestie van geloven is, maar eerder een van zeker weten daar ik Hem gezien heb zoals Hij is. Hoewel, het was een leuke ervaring was te ontdekken dat Hij liefhebbend, medelijdend en vergevend is, eigenschappen waarvan ik me voordien nooit bewust genoeg van was geweest. Ik zal Hem altijd dankbaar blijven om me op te pikken in zijn handpalm op dat betreffende moment. Ik ben niet langer bang van doodgaan (wel van pijn, maar van de dood zelf niet meer) – omdat, dankzij Zijn Wil, deze regendruppel zich de oceaan herinnert waar hij vandaan komt.

Ik heb nog nooit iets gelijkaardigs ervaren wat ook maar in de buurt kwam als zijnde even echt of even diepgaand als de vorm van bewustzijn die ik hierin zo goed en zo kwaad mogelijk heb proberen beschrijven. Echter, mijn herinneringen eraan hebben mij door vele moeilijke momenten in het leven geloodst. Sorry, maar ik heb geen paranormale eigenschappen overgehouden aan mijn ervaring buiten de rotsvaste overtuiging van de realiteit van iets spiritueels. Moge God bij je zijn (Hij is het zowieso, maar het is een mooie gedachte)