NDERF Home Page Bestaande BDEs Deel uw BDE

    BDE van Larry    

 

Beschrijving ervaring:

28 November 2001

Geinterviewed door Loni Parrott

 

NDE van een uitstekend interview door Loni Parrott, van de “Friends of IANDS (FOI)” groep in Iowa City Iowa (contacteer Loni voor meer informatie).  Bijzondere na-verschijnselen na een BDE.  Andere FOI leiders worden aangemoedigd om BDE verhalen met BDERF te delen, op voorwaarde natuurlijk van confidentialiteit.

 

Larry is getrouwd.  Hij is gepensioneerd en protestant.

V.  Geef een korte beschrijving van de omstandigheden van je NDE.

A.  Het was ongeveer 5 jaar geleden, in Augustus, rond 5:30

‘s morgens op snelweg 151.  Ik zat in mijn auto, ’s morgens vroeg, het was mistig. Ik bracht mijn vrouw, Kathy, naar haar werk in (geschrapt).  We wonen in (geschrapt).  Een afstand van 9 kilometer.  Ik voelde me opeens niet lekker.  Ik stopte aan de kant van de weg, Ik stapte uit en Kathy ook.  Ik liep rond de achterkant van mijn truck, schudde mijn hoofd, probeerde lucht te krijgen.  Ik zei, “Ik weet niet wat er gebeurt.  Ik voel me niet goed.”  Ze zei, “Wil je dat ik rij?”  Ik zei, “Nee, nee, het gaat wel.”  We stapten weer in en vertrokken.  Ik weet niet hoe ver ik ging, misschien een paar blokken op de snelweg, en ik stopte weer.  Ik zei tegen Kathy, “Ik denk dat jij beter kan rijden.  Ik voel me zwak en duizelig.  Ik weet niet wat er aan de hand is.”  Dus ik stap aan de andere kant in, en zij rijdt.

Het volgende deel kan ik me slechts in stukjes en beetjes herinneren, maar ik zal jullie vertellen wat Kathy zei dat er gebeurde.  Ik werd duizelig en alles werd zwart, en ik kreeg tunnel-visie… Ik weet dat ik flauw viel.  Boem!  Alles ging ongeveer 90,000 km per uur.  Boem!  Zij reed, weet je?  Ik kon haar stem horen.  “Wat is er aan de hand?  Kom op, wakker worden!”  Ik kon haar horen roepen naar me. Ze was in paniek.   Dit is wat ze me vertelde:  Ik begon rond te spartelen in de auto.  Mijn arm raakte vast in het stuur.  Ze wist niet wat ze moest doen.  Ze probeerde naar haar werk te gaan, en het was mistig. Ze probeerde me tegen te houden.  Ze legde haar hand op mijn nek om mijn hartslag te voelen.  Vervolgens was ik weg, zei ze.  Boem.  Ik hield ineens op met spartelen en zo.

Het volgende wat ik me herinner is dat ik tegen haar praat. Het is nogal moeilijk uit te leggen.  Ze is aan het roepen, en ik dacht dat ik tegen haar sprak, en ik zei tegen haar, “Je moet doorgaan zonder mij.  Ik ben ergens anders nu.  Ik kan niets voor je doen.  Ik ben hier en jij daar.  Ik ben ergens anders, ik heb geen idee waar.  Rij maar gewoon door en je komt er wel.  Ik moet nu gaan.  Dag!”  Ik was aan het praten en ik dacht dat ze naar me luisterde.  Ik dacht dat ik in leven was.  Ze zei dat ik niet praatte, en ik dacht van wel. 

Ik was in de auto - boven de auto, ik keek neer op mezelf.  Ik lag in een foetushouding, in een bolletje, en ik weet niet waar ik ben.  Ik kon haar zien autorijden, Ik kon mijn grijze shorts en grijs t-shirt zien.  Ik kon mezelf zien, en ik WIST dat ik ergens anders was.  Dit gebeurde heel snel.  Toen kwam ik een beetje bij.  Ik herinner me dat ze het politiebureau inrende, maar er was niemand dus ze ging door naar haar werk.  Ik herinner me dat ik de passagiersdeur opendeed, en ik wist niet waar ik was.  Ik herkende noch het gebouw noch het parkeerterrein.  Ze rende naar binnen en belde spoed, en toen kwam de brandweer.  Alles wat ik me kan herinneren is dat de brandweer zei, “Hij is dood.  U kunt beter een ambulance bellen want hij is weg.  Code rood.”  Toen was ik in de ambulance, en ze brachten me naar het ziekenhuis.  De ambulance reed de parkeerplaats op, en reanimeerden me, boem boem, maar er gebeurde niets.  Ik hoorde ze zeggen, “De sheriff van (geschrapt) komt, en hij is een paramedicus.  De ambulance stopte om hem te ontmoeten, en ik zag hem zijn stropdas losmaken.  Hij vroeg, “Neem je drugs?”  Ik had een zuurstofmasker op mijn gezicht, maar ik zei, “Nee, nee!”  Hij begon infuzen aan te leggen.

 

Nu ga ik even terug. Toen ik boven mezelf zweefde, wist ik plotseling dat ik in een andere wereld was.  Ik was niet meer op aarde, en dat was omdat ik opeens Kerstboom lichtjes zag, allemaal witte lichtjes –duizenden.  Toen werd het erg stil en kalm.  Nadat het kalm werd, ging mijn lichaam ongeveer 130 km per uur, en opeens trok mijn leven aan mijn ogen voorbij.  Het ging van een klein roze puntje, en het was net als een pak kaarten dat heel snel geschud werd, zo snel ging het.  Je kan het niet stoppen.  Zo snel ging mijn leven aan mijn ogen voorbij.  Het was een continue film, non-stop.  Ik kon mezelf zien.  Ik was een jaar of 8, ik had een speelgoedgeweer vast.  Toen kon ik ineens de oliebron zien waar ik in de achtertuin op speelde. Toen was ik in de Marine Corps, met een geweer.  Het leger.  Zip! Dat was het!  Zo snel ging het! 

En toen was ik daar, ik keek naar die oranje en gele bal.  En het is eng.  Ik heb geen flauw idee waar ik ben, maar het is mooi.  Opeens, net als een tunnel — ik kijk naar een tunnel.  Een klein roze lichtje werd blauw-groen. Op dat moment ging mijn leven voorbij.  Toen was ik hierboven, ik keek naar die oranje en gele bal, het was zacht – het was heet – ik keek in een tunnel.  Alles is stil, doodstil, maar vredig.  Ik heb geen idee, maar ik weet dat ik niet op aarde ben.  Ik weet het gewoon!   Opeens was er die stem.  Niet mannelijk of vrouwelijk, niet aardig of zacht. Je hoort wel eens van imitators. Imitators kunnen deze stem niet nadoen. Dat is omdat er maar een zo’n stem is.  Als je deze stem hoort, dan KEN je deze stem.  Ik kan hem niet beschrijven.  Het was niet hard; het was niet gemeen; het was niet zacht.  Het was een stem!  Ik kan deze stem niet uitleggen.  En ik kon mijn hoofd niet wegdraaien, want deze stem sprak tegen me.  Ik kan me niet herinneren wat hij zei.  Ik weet wel dat de stem tegen me zei, “Je moet teruggaan.  We zijn nog niet klaar voor jou.” 

 

Ik wilde omkijken naar deze stem maar ik kon hem niet zien.  Het was donker, zwart en mooi, de oranje bal, de lichten, mijn leven dat aan me voorbij ging. Toen was ik opeens terug!  Dit ging zo snel!  In plaats van vooruit, ging mijn leven achteruit.  Ik ging achteruit.  Al deze lichten, en het oranje en geel, vervaagden.  Het was weg.

Ik was terug in het ziekenhuis -- de ambulance, de brancard, ik kwam weer bij en ik keek naar deze mensen, en toen ging ik weer!  Boem!  Ik had geen bloeddruk.  Ze zeiden dat ik weg was.  Toen kwam ik terug.  Ik zweette en had het koud, en ik begon de dokter als een sneltrein te vertellen wat er gebeurd was.  Ik zei, “Ik heb zonet de tunnel gezien, het licht, de stem!”  Hij zei, “Het gaat goed met je, Larry.”  Hij verliet de kamer, en alles werd weer zwart.  De dokter kwam weer terug en begon op mijn borst te duwen. Toen ik hem vertelde wat er gebeurd was, zei de dokter, “Ik ben een arts en ik geloof niet in dit soort dingen, maar ik geloof dat je daarnet een bijna-dood-ervaring hebt gehad.”  Ik bleef maar praten!

Ik zei tegen de dokter dat ik naar het VA ziekenhuis wilde. Hij zei, “Dan moet je een ontslagverklaring tekenen. We moeten je vervoeren van dit ziekenhuis naar het VA in Iowa City en we willen niet verantwoordelijk zijn als je onderweg sterft.”  Ik zei dat ik me daar geen zorgen over maakte.  Ik wilde Todd, de kapelaan, zien om met hem te praten.  Hij is een vriend van me en we hebben een paar hele goed gesprekken gehad.

Ze brachten me dus met spoed naar Iowa City in de ambulance, en ik bleef maar flauwvallen. Ze brachten me naar de spoedafdeling, en ik vertelde over mijn symptomen en dat de dokter zei dat ik een NDE had gehad.  De verpleegster zei, “Daar geloven we niet echt in.  Je habt vast een reaktie op drugs gehad.”  Ik zei dat ik geen drugs nam!

Toen ze me naar de lift brachten, wie stond daar ineens, Todd!  Ik zei, “Todd, ik moet met je praten!  Ik heb een bijna-dood-ervaring gehad en ik moet met je praten.”  Hij zei dat hij eraan kwam.  Ze brachten me dus naar mijn kamer en ik wachtte op hem, maar viel in slaap omdat ze me medicatie hadden gegegeven.  Dat duurde 24 uur.  Toen ik wakker werd keek ik op mijn kussen en daar lagen 2 boeken over NDEs. Ik zei tegen de verpleegster dat ik Todd wilde zien!  Ik was heel zwak maar zei, “Ik stap nu uit bed!”  De verpleegsters zagen me niet eens toen ik voorbij kwam.  Ik ging naar beneden met de lift, in mijn ziekenhuispyjama.  Daar stond Todd, bij de lift!  Hij kwam naar mijn kamer, en voordat hij binnenkwam wist ik wat hij me ging vragen.  Ik wist woord voor woord wat hij ging zeggen.  Ik zei, “Nee Todd, ik weet niets van je dochter.  Ik heb haar niet gezien daarboven.”  Zijn dochter was gestorven, en ik wist dat hij naar haar zou vragen.  Ik vertelde hem alles, en hij vroeg me of hij iemand uit de keuken naar mij toe mocht sturen.  Er waren dingen gebeurd in de familie van deze man, en hij is geinteresseerd. 

Ik las 2 of 3 hoofdstukken uit het boek en ik kwam er achter dat ik over mezelf aan het lezen was!  Ik dacht, “Dit is interessant!  Ik lees over mezelf!”  De man uit de keuken klopte op de deur en voordat hij binnen was, dacht ik, “Oh oh.”  Ik wist wat hij me ging vragen.  Ik had hem nooit eerder gezien, maar ik wist dat zijn zoon was doodgeschoten, voordat hij de kamer in kwam.   Het was alsof ik zijn gedachten las, zo simpel was het.  Gewoon boem!  Ik wist wat hij ging zeggen, voordat hij het zei!  Ik dacht “Wat is dit NDE gebeuren, al die gekke dingen die me overkomen!”   Het werd nog gekker!  Hij zei, “Ik had een zoon die gedood is tijdens een jacht trip.” (Ik wist dat, maar durfde dat niet te zeggen)  “Heb je hem daarboven gezien?”  Ik zei, “Nee, ik heb alleen een stem gehoord, ik heb je zoon niet gezien daarboven.”  Wat hij eigenlijk bedoelde was, “ik zou zo graag in jouw plaats zijn, zodat ik mijn zoon kon zien.”  Ik wist wat hij bedoelde.  Ik wist het voordat hij het zei!  Hij wilde met mij ruilen zodat hij zijn zoon kon zoeken.

Dit “weten” duurde een maand.  Ik wist wat mensen gingen zeggen voordat ze het zeiden, en het werd enger omdat ik wist wat mensen dachten.  Ik ging bv. naar een cafetaria, en ik keek naar de mensen en wist wat ze dachten!  Ik zei tegen mijn vrouw Kathy, “Als je kon horen wat ik nu hoor!”  Zij zei, “Niet over praten.  Niemand zal het begrijpen.”  Zelfs zij begreep me niet meer, maar ik wist wat mensen dachten zonder dat ze spraken!  Als ik bv. een magazine pakte, was het niet zoals jij of ik er eentje oppakken.  Ik zag er iets in dat niemand anders kon zien.  Ik keek er naar en alles was drie-dimensionaal—alles was ver weg van de bladzijde.  Je kent die brillen in een 3-D film wel.  Zo was het.  Ik dacht, “Deze kerel is niet op de bladzijde, hij is hierbuiten!”  Toen ik dit aan de dokters vertelde, keken ze mijn ogen na.  Ze schreven een nieuwe bril voor, maar het bleef 3-D, wat ik ook pakte!  Dit duurde redelijk lang maar ging uiteindelijk over.  Het was eng.  Ik weet nog steeds niet waarom ik hier weer terug ben.  Geen idee.  Het enige wat ik kan zeggen is dat ik WEET wat er gebeurd is!

Toen mijn leven aan mij voorbij ging werd er niets overgeslagen.  Het ging snel.  Ik wist dat het mijn leven was.  Het was alsof iemand een film opzette, en de film ging sneller.  Je leven!  Je hele leven!  Er was niets uitgeknipt.  Het was je hele leven, vanaf je geboorte tot de kleuterschool, tot toen je kauwgum stal uit de winkel.  Het ging maar door!   Auto rijden, velgen stelen, sex.  Niets was eruit geknipt!  Het was het hele leven!  Het gebeurde onderweg van (geschrapt) tot (geschrapt) waar Kathy werkte.   Hoe groter ik werd, hoe groter de film werd!  Ik dacht dat ik weg was.  Ik wist dat ik ergens anders was.  Ik keek naar mezelf, naar mijn hele leven.  Ik kon niemand om me heen zien, alleen mezelf.  Niemand op de achtergrond of zo.  Het was gewoon mijn leven.  Niemand behalve ik.  Het was mijn eigen film.

 Q.  Was deze ervaring moeilijk te beschrijven?

A.   Het is gewoon moeilijk.  Het hangt er van af met wie je praat.  Aan sommige mensen zou ik het niet durven vertellen.  Met sommige mensen begon ik over de NDE te praten, tot Kathy zei, “He!”  Het brengt haar in verlegenheid.  Als mensen elkaar gewoon lieten uitspreken, maar zelfs mijn eigen vrouw wil niet dat ik hierover praat.

Een ding dat ik er van geleerd heb is dat ik iets gekregen heb, en ik weet niet wat het is.  Dat is een feit.  Ik heb iets gekregen.  Ik weet niet hoe ik het moet gebruiken.  Ik weet niet wat ik gekregen heb.  Ik heb de gave ontvangen om een Stem te horen die niemand anders gehoord heeft.  Dat heb ik gekregen.  Probeer te begrijpen wat ik je ga vertellen.  Ik kan het niet verkopen.  Ik kan het niet weggeven. Ik kan het niemand laten zien.  Het is van mij en ik kan het niet goed omschrijven.  En ik kan het niet op video zetten om aan iemand anders te laten zien.  Ik heb iets gekregen dat niemand anders heeft!  Ik kan het niets eens op film zetten en verkopen.  Je had moeten zien wat ik gezien heb!  Het bestaat, maar het bestaat ook niet.  Ik wou dat ik het over kon brengen, maar het LUKT niet! Toen De Man mij dit gaf, zei hij, “Doe er mee wat je wil, Larry.”  Maar je kan er niet van afraken. Het is van mij!

Ik WEET wat ik gezien heb en niemand kan dat van me afpakken.  Ik ken de Stem,  ik ken hem!  Maar ik kan hem niet beschrijven.  Het doet me pijn!  Ik kan het niet nadoen.  Er is maar een stem zoals deze.  De Man in persoon. Er kan geen tweede zijn. Hij is het.

 

Q.  Heb je andere geluiden gehoord in je NDE?

A.  Doodstil.

 

Q.  Voelde het alsof je bewoog?

A.  Nee.

 

Q.  Voelde het alsof je uit je lichaam was?

A.  In de auto, toen ik naar beneden keek.  Toen was ik uit mijn lichaam.  Toen ging ik daar weg en zweefde omhoog, toen was ik daar en het was stil.  Stilte.  Ik ben hier al weg.  Ik wist niet wat ik moest denken, toen ik naar het lichaam keek.  Ik wist dat ik het was, en ik wist dat ik weg was.

 

Q.  Voelde je een verbinding tussen jou en je lichaam?

A.  Ik wist dat ik het was. Dat was mijn enige verbinding.

 

Q.  Hoe ervoer je tijd?

A.  Dit gedeelte – de 7-mijl reis – leek erg snel.  Toen de stem met mij sprak, ging het langzaam; vooral de levensbeschouwing, de  tunnel, de bal, dat was langzaam, want ik kon er naar kijken.  De kleine witte lichtjes, dat was langzaam. Toen werd het zwart en dat was langzaam.  Het was eventjes pikzwart.  Maar het was alsof ik ver weg was, kijkend naar de aarde.  Whoosh.  Alsof ik 130 km per uur ging.

 

Q.  Hoe was je gezicht en je gehoor?

A.  Fantastisch!  Ik kon lichten zien, en donker.  Het was alsof ik door het donker heen kon kijken!  Ik keek en ik keek, en het was helemaal donker, maar ik kon het nog steeds zien.  Het was nog steeds zwart aan de andere kant van het donker.

 

Q.  Was je eenzaam?

A.  Nee.  Ik wist dat ik alleen was omdat ik niemand kon zien.  Maar de Stem was hier, dus ik was niet alleen.

 

Q.  Heb je iemand ontmoet, dood of levend?

A.  Niemand.  Iedereen stelt die vraag.

 

Q.  Hoe voelde je je in de aanwezigheid van de Stem?

A.  Eventjes was ik bang omdat ik niet wist waar ik was.  Hij bleef me geruststellen, “Het is okay, het is okay.”  Maar hij liet me niet naar hem kijken!  “We zijn nog niet klaar voor je, Larry.  Je gaat terug.”  Ik wilde naar hem kijken en iets anders zeggen als, “Ik wil helemaal niet teruggaan.  Laat me met je praten.”  Maar hij praatte, en ik luisterde.

 

Q. Als je had kunnen spreken, zou je dan gezegd hebben dat je niet terug wilde gaan?”

A.  Ik wilde niet teruggaan.  Mijn mond zat dicht!  Mijn mond zat dicht en ik kon alleen maar luisteren.

 

Q.  Hoe interpreteer je dat je niet kon kijken?

A.  Het voelde als een kracht.  De Stem wilde niet dat ik keek naar diegene die sprak.  IK mocht niet zien wie sprak.  Ik zou het absoluut niet hebben kunnen zien want het was te sterk.  Ik mocht het niet zien en zo was het.  Het was zachtaardig, dat wist ik, maar ik keek recht vooruit en luisterde.

 

Q.  Wat zag je van de lichten?

A.  Ik dacht dat ik in de hemel was en door het sterrenstelsel keek, zo leek het.  Het leek alsof ik hier weg was.  Ik heb dit verlaten, ik ben hier niet langer.  Ik ben ergens anders, in het heelal.  Weg van mijn  lichaam.

 

Q.  Zag je demonen of enge geesten?

A.  Nee.  Het was wel eng in het begin omdat ik geen idee had waar ik was en ik was doodsbang.  Ik wist dat ik dood was toen mijn leven voorbij ging.  Ik was niet bezorgd over naar de hemel of de hel gaan.  Wat het ook was, ik wist dat ik okay was want ik dacht nog steeds helder en ik wist wat er gebeurde.

 

Q   Wat denk je geleerd te hebben van je leven-beschouwing?

A.  Dat wanneer ik terugga naar waar het ook is, ik het leven serieuzer zal nemen.  Niet wakker worden, een vogel zien, en dat normaal vinden.  Vroeger zei ik alleen, als mensen iets tegen me zeiden, “Ja hoor…”  Maar nu, als mensen tegen me praten, luister ik naar elk woord.  Ik leef meer mee met mensen.  Ik vind niet alles meer normaal.  Dit klinkt tegenstrijdig.  Ik hoorde vroeger wat ik wilde horen.  Maar nu luister ik naar alles wat je zegt.  En ik kijk niet naar een vogel als een vogel, maar als een mens.  Maar.  Alles wat ik nu hier zie is niet meer echt.  Niets is echt.  Wat ik daar zag, was echt.  Dit (leven) is een imitatie, want ik heb het echte ding gezien. Ik neem dingen serieuzer en luister meer, maar ik vind het niet echt.  Het is niet zo echt als wat ik zag.  Maar toch luister ik en kijk naar de serveerster voor koffie maar het is niet echt.  Elke keer dat ik een magazine pak of TV kijk, weet ik dat het materiele dingen zijn, maar het is niet echt.

 

Q.  Hoe heeft de levensbeschouwing je dit doorgegeven?

A.  Ik weet het niet. Alleen dat wat ik zag echt was.  Dit is niet echt.

 

Q.  Je ziet in alles meer waarde, en toch weet je dat het niet echt is.

A.  Het is niet echt.

 

Q   Heb je een grens of limiet gezien?

A.  Nee.

 

Q.  Wilde je terugkomen in je lichaam, in je leven?

A.  Nee.  Ik werd teruggestuurd.

 

Q.  Hoe voelde je je toen je terug in je lichaam was?

A.  Ik vroeg me af what er met me gebeurd was!  En toen de dokters me vertelden dat ik een NDE had gehad, wist ik het.  Ik had er van gehoord, maar wist er niet veel van.  Toen dacht ik, “Ik heb er een gehad!  Wat doe ik daarmee?”  Toen begon ik ook nog eens alles in 3-D te zien.  En voordat dat dokter iets zei, wist ik wat er uit zijn mond zou komen, maar ik durfde hem dat niet te vertellen!  Ik wist al wat hij zou zeggen.

Iets grappigs – ik was eens in het shopping center, en een vrouw en man kwamen voorbij, en zij dacht aan haar vriendje!  Een andere keer kwam een serveerster op me af, ze zei niets, maar ik wist dat ze ruzie had met de kok in de keuken, ik wist er alles van.  Ze zei er niets over.

 

Q.  Je was dus teleurgesteld om weer terug in je lichaam te komen?

A.  Ik heb het gewoon aanvaard.  De volgende keer weet ik wat ik kan verwachten.  Ik ben niet bang meer van de dood, want ik ben er al geweest!

 

Q.  Hoe kwam je terug in je lichaam?

A.  Geen idee, maar mijn borst deed erg pijn.  Ik had veel druk op mijn borst.

 

 

 

Q.  Heb je enig idee waarom je niet doodging?

A.  Ik ben teruggestuurd en ik moet iets doen, maar ik weet niet wat. Ik weet niet wat.  Ik ben hier en ik weet niet of het ineens op me afkomt.  Geen flauw idee.   Misschien moet ik iemand redden van een auto of iets, maar ik weet dat ik hier ben met een reden.  Ik weet het, vraag me niet hoe.  Ik weet niet hoe ik het weet, maar ik moet hier zijn. Geen flauw idee.

 

Q.  Was er enige beoordeling tijdens je levensbeschouwing?

A.  Nee. De hele film gaf alleen weer waar ik geweest was en wat ik gedaan had. “Dit ben jij, Larry.  Hier ben je.  Wat ga je hiermee doen?”

 

Q.  Voelde je schaamte of vreugde?

A.  Het was alsof ik wist dat ik het was, en het was spannend—emotioneel is een beter woord.  Ik was bezorgd.  Ik wist dat ik al dood was, en daar ging ik.  Ik was gewoon op het einde van de film aan het wachten en toen was het over.  Boem!  Dat was dat.  “Dit is jouw leven, en wat je gedaan hebt, en boem!  Over.  Nu ben je hier, tussen de sterren en de bal, en hier ben je.  Toen zei de stem dat ik terug moest gaan.  Hij liet me weten dat dit het einde was.  Er is niet zoveel meer, Larry, dus we gaan je terugsturen.  Om een reden, maar ik weet niet wat ik moet doen.  Ik weet dat ik hier ben met een reden, maar ik weet niet wat.

 

Q.  Je hebt je verhaal verteld zodra je wakker werd.

A.  De eerste dokter zei, “Ik ben een medicus.  Ik zou er niet in moeten geloven.  Maar Larry, jou geloof ik omdat ik met andere dokters heb gesproken die hier over gehoord hebben.  Jij bent de eerste met wie ik gesproken heb.  We worden niet geacht hier in te geloven, maar het gebeurt.”  Hij stond aan mijn kant, hoewel hij niet geacht werd dat te doen.

 

Q.  Hielp praten met anderen om je gedachten helder te maken?

A.  Ik wilde het aan iedereen vertellen.  Maar sommige mensen luisterden, en zeiden “O-kay…” en ik wist wat ze dachten, en dat ze me niet geloofden, maar ik kon ze niet vertellen dat ik wist wat ze dachten.  Dan brak ik het maar af, en zei gewoon, “Dit gebeurt nu eenmaal,”  en we gingen wat anders doen.

 

Q.  Heb je met de kapelaan, Tood, hierover gesproken?

A.  Ja.  Hij wist dat ik wist waar ik het over had.

 

Q.  Denk je dat je deze ervaring heb gehad om een bepaalde reden?

A.  Ja.  Ik moet iets doen.  Er is een reden.  Dat is mijn overtuiging.

 

Q.  Heeft het impact gehad op het doel in je leven?

A.  Ja, ik wil weten waarom ik terug hier ben.

 

 

 

Q.  Nieuwe perspectieven op het leven?

A.  Ja.  Ik neem dingen serieuzer, maar niets is echt, het is allemaal materialistisch.

 

Q.  Had het effect op de richting van je leven?

A.  Ja en nee.  Alles is hetzelfde, maar ik werk nu meer met veteranen.  Ik doe meer met ze dan ik moet. Ik heb plezier in elke minuut.  Alsik het 24 uur per dag zou moeten doen, dan deed ik het.  We werken op het moment aan een memorial.

 

Q.  Heeft het je houding of gevoelens over jezelf veranderd?

A.  Op een bepaalde manier voel ik me sterker.  Ik ben niet niemand, ik ben wel bijzonder, maar dat kan ik niet bewijzen.  Dit is gewoon van binnen.  Je gaat niet opscheppen.  Ik ben bijzonder omdat ik iets heb wat niemand anders heeft.  Ik besefte dat niet onmiddellijk, maar dan snap je het. Je snapt het niet onmiddellijk.

 

Q.  Heeft het impact op hoe je met andere mensen omgaat?

A.  Ik luister meer.  Mijn vrouw vindt me waarschijnlijk onveranderd omdat zij het niet begrijpt.  Ze wil er niet over praten.  Ze wil er niets mee te maken hebben.   Ik weet niet of anderen meer begrip vinden bij hun partners.

 

Q.  Heeft het je behoefte om anderen te helpen veranderd?

A.  Ja: let op anderen.  Niet overdreven, maar bescherm anderen.

 

Q.  Heeft het je vermogen om liefde voor anderen uit te drukken veranderd?

A.  Ja.

 

Q.  Je aanvaarding van anderen zoals zij zijn?

A.  Ja.  Dat deed ik al, maar nu nog meer.  Bijvoorbeeld, ik geloof niet in wat bin Laden met de World Trade Center torens heeft gedaan, want dat was vreselijk.  We moeten echt van die kerel af, maar ik geloof ook niet in meer mensen gaan doden daar.  Twee keer slecht maakt geen een keer goed.  Dat moeten we op andere manieren regelen.  Misschien vergis ik me, maar zo voel ik het.

 

Q.  Had het effect op je religieuze of spirituele overtuiging?

A.  Nee, ik ben dezelfde gebleven.

 

Q.  Heeft het je kerkbezoeken veranderd?

A.  Nee.

 

Q.  Hoe heeft het je diepe gevoelens over God veranderd?

A.  Ik geloof nog steeds in hem, net als tevoren.  Maar er is iets wat ik niet snap.  Ik was geen religieuze gek, ik ben gewoon Jan Modaal, oud medewerker in de bouw, lopend op straat, ‘s avonds een biertje met de maten—ouderwets robbertje vechten.  Waarom hij mij heeft uitgekozen weet ik niet.

 

Q.  Denk je dat het de stem van God was die je hoorde?

A.  Ja. Hij was de Man.

 

Q.  Was je ooit eerder bang voor de dood?

A.  Nee, ik dacht er nooit aan.  Ze weten niet of ik een hersenbloeding had, een beroerte, of een hartaanval. Er waren geen duidelijke resultaten.  Ze weten niet wat er met me gebeurd is. Daarom vroegen ze of ik drugs gebruikte.  Ik ben gestopt met drinken in 1991.  Ik gebruik geen drugs.  En ik had mijn medicijnen nog niet ingenomen want het was te vroeg.

 

Q.  Hoe snel herstelde je?

A.  Ik was ongeveer een week in het ziekenhuis, maar toen ik thuis kwam duurde het wel een tijdje voordat ik weer in orde was.  Zelfs TV, en ik kon niet lezen want alles was in 3-D.  Als ik TV keek was dat niet echt.  Ik keek geen TV meer want het was niet echt.  Ik was een beetje in mijn eigen wereld.  Niets was echt en dat is het nog steeds niet.  Maar toen het gebeurde, was het NOG onechter.  Het enige was echt was was wat er met mij gebeurde.  Hier ben ik echt, met huid en lichaam, maar ik ben niet zo ECHT als ik daar was.

 

Q. Wat is jouw begrip van de dood?

A.  Ik heb wel er een idee bij.  Je gaat naar een fijne plek.  Een echte plek.  Dit is niet echt.  Je zal in de ECHTE wereld zijn.  Je bent op dit moment hier.  Je gaat naar de ECHTE wereld.

 

Q.  Heb je een gevoel bij reincarnatie?

A.  Daar weet ik niets van.  Ik lees wel, maar ik las een boek over NDEs omdat dat mij overkwam.  Ik geloof dat ik er 5 gelezen heb.  Ik lees alleen de krant, sportpagina’s.

 

Q.  Had je andere psychische capaciteiten?

A.  In het begin kon ik zeggen wat mensen zouden zeggen voordat ze zelfs maar iets zeiden.  En dat 3-D ding!  Ik kreeg een nieuwe bril, maar dat maakte niets uit.  Het waas eng, een van die dingen die gebeuren.

 

Q.  Had je voorspellende gevoelens?

A.  Ja, allerlei kleine dingen.  Voordat iemand voor de deur stond wist ik dat hij zou komen.  Een auto stopte, en ik wist dat mijn maten langs zouden komen.  De telefoon ging, ik wist dat hij zou gaan en wie zou bellen.  Ik heb dat nog steeds, maar niet zoveel meer als toen.

 

Q.  Veranderde er iets in je leercapaciteit?

A.  Ja, mijn leercapaciteit verbeterde!  Moeilijk uit te leggen. Net zoals business, ik weet niets van business, maar iets komt ineens in mijn hoofd over business!  Ik heb dit aan mijn dokter verteld.  Dit soort dingen zijn me overkomen.  (Vertelt een verhaal over hoe hij een stuk grond kocht op een ongewone manier.)  Jaren geleden kon ik nooit zo denken, of dingen doen.  Het werkte!

 

Q.  Dus je hersenen werken een beetje anders?

A.  Jazeker!

 

Q.  Een beetje creatiever?

A.  Ja!  Helemaal anders!  Al de dingen die ik nu bedenk, en vroeger nooit, en het werkt!

 

Q.  Had je ooit het gevoel in kontakt te zijn met geesten of gidsen voor je NDE?

A.  Soms.  In de vierde klas….we speelden verstoppertje als het regende.  (Vertelt verhaal hoe hij altijd wist waar het verstopte voorwerp zich bevond.  De leraar zei dat hij valsspeelde en nam hem mee naar de directeur, waar hij zei dat hij helemaal niet valsspeelde.  Hij vroeg aan de directeur aan een cijfer tussen 1 en 10 te denken,  en Larry raadde het elke keer.  Hij werd naar huis gestuurd met een briefje en zijn moeder kwam op afspraak met de leraar en de directeur.  Maar hij heeft nooit gehoord wat ze bespraken ver zijn gave.  Later, in dienst, waren ze aan het kaarten en hij kende elke kaart die de anderen vasthielden.  Hij vroeg aan de anderen een potlood te verstoppen, en Larry wist elke keer waar het was.  Ze brachten hem naar de dokter om “te kijken wat er met hem aan de hand was.”  De dokter zei dat hij in orde was.

 

Q.  Dus je hebt psychische capaciteiten.

A.  Af en toe, niet altijd.  Het hangt van mijn humeur af.  Ik kan het niet afdwingen.  Het gebeurt gewoon.  Hoe ouder ik wordt, hoe minder het gebeurt.

 

Q.  Wat vindt je van zelfmoord?

A.  Ik denk niet dat ze dat moeten doen.  Ze moeten het gewoon laten gebeuren.  Niets opjagen.  Ik weet niet zeker waar ze naar toe zouden gaan.

 

Q.  Wat denk je nu dat de dood voorstelt?

A.  Het is een dimensie.  Je bent er al geweest.  Nu ga je die dimensie binnen, deze hele nieuwe wereld.  Zo zie ik het.

 

Q.  Geloofde je in de hemel of de hel voor deze ervaring?

A.  Toen ik klein was.  Je moet braaf zijn en dan ga je naar de hemel; als je stout bent ga je naar de hel.

 

Q.  Geloof je nu in de hemel en de hel?

A.  Ja.  Iedereen gaat naar de hemel!

 

Q.  En de hel?

A.  Dat heb ik niet meegemaakt, dus ik weet er niets van.

 

Q.  Denk je dat er een hel kan zijn?

A.  Ja.  Waar dat dan ook is.  Sommigen zouden dit wel denken.  Ik ben niet zo gelovig.  Ik weet er niet zo veel van.  Ik was waarschijnlijk de grootste bandiet die op straat rondliep en ik ging naar een goed plek.  Ik weet dat ik geen optimaal leven leidde.  Ik was geen bijbelpredikant; Ik zat gewoon in de bouw, een stomme Marine.

 

Q.  Dus als jij daar naar toe kon gaan en dat meemaken, zou iedereen dat kunnen?

A.  Ik denk het wel.  Het hangt er van af wat de Man je vertelt.  Als je elke dag mensen vermoordt, denk ik niet dat je er naar toe mag.  Of zoals bin Laden, ik weet waar hij naar toe gaat, hij heeft al een plek voor hem; hij weet het nog niet, maar hij is al weg.

 

Q.  Heb je sindsdien de bijbel gelezen?

A.  Ik heb nog nooit de bijbel gelezen.

 

Q.  Voordat dit gebeurde, had je ooit van NDEs gehoord?

A.  Heel weinig—een beetje op TV.  Maar ik had nooit gedacht dat het mij zou overkomen.  In geen miljoen jaar, en dan gebeurt het.  Ik dacht dat ik een natuurlijke dood zou sterven, en dan naar de hel zou gaan.  Echt, dat dacht ik.

 

Q.  Mensen met BDEs komen zo veranderd terug dat ze soms huwelijksproblemen hebben.  Heb jij dat ook gehad?

A.  We hebben altijd problemen gehad, nu zijn ze erger.  Maar het heeft daar niets mee te maken; of misschien toch wel….

 

Q.  Ben je gevoeliger voor licht en geluid dan ervoor?

A.  Geluiden storen me.

 

Q.  Heb je ooit gevoeld dat er energie uit je handen kwam?

A.  Uit mijn lichaam!  Mijn lichaam straalt meer uit.  Er is meer uitstraling.  Ervoor was er ongveer zoveel uitstraling (ongeveer 3 cm) en nu zoveel (ongeveer 10 cm).  Ik weet het gewoon.  Ik voel het.  Het is positief, denk ik.  Ik voel energie uitbarstingen.

 

Q.  Zou je dit beschrijven als een “groei ervaring”?

A. Het heeft me wel veranderd, van binnen.  Ik weet gewoon dingen. Het is zo moeilijk uit te leggen.

 

Q.  Iemand anders met zo’n ervaring zei tegen me, “Ik weet niet wat ik weet.  Stel me maar vragen!”

A.  100% mee eens.   Je had me moeten zien juist na de ervaring!  Ik dacht, “Dit is leuk!”  Eerst vond ik het eng, maar toen landde het een beetje, en ik voel dat nog steeds….

 

Q.  Iemand anders met zo’n ervaring zei dat het was alsof iemand over haar waakte, en haar hielp.  Heb je dat ooit gevoeld?

A.  Praat ze met hen?

 

Q.  Dat heb ik haar niet gevraagd!

A.  Ik wel.  Ik weet niet wie me hier helpt, maar er is iemand.  Absoluut.  Absoluut.  Er is iets of iemand…soms praat ik met ze.  Dan zeg ik, “Bedankt, je had gelijk!”   Stel dat ik mijn auto van het tuinpad wil rijden, en de stem zeg niet doen.  Stel dat ik het negeer.  Dit is gebeurd!  Je negeert het, je luistert niet, voor je het weet rijdt je ergens tegenaan.  Als ik naar deze stem luister werkt het altijd!  Dus God sta me bij!  Als ik maar luister, dan werkt het.

 

Q.  Is het daadwerkelijk een stem die je hoort?

A.  Het is niet zoals jij en ik die aan het praten zijn.  Het is een stem van binnen.  Ik had het een beetje toen ik jonger was, maar niet zoals nu.  Nu is het echt sterk.  En ik lach in mezelf, “Yup, ik had weer gelijk!”    Luister naar die stem, want het is altijd 100%.  Ik hoor het misschien een keer per dag.

 

Q.  Is er nog iets anders in verband met je NDE dat we niet besproken hebben?

A.  Niets is echt.  Het is echt, maar niet echt.  Dat blijft me bij.  Ik neem mensen serieus.  Ik neem problemen niet zo serieus meer.  Zoals mijn truck—Ik reed een hert aan.  Ik nam dat niet serieus.  Ik heb geen truck nodig!   Voor mijn  NDE maak ik me constant zorgen – een echte piekeraar!  Ik ben nu meer ontspannen.  Ik weet dat alles okay zal zijn.

De NDE is zo moeilijk uit te leggen.  Dit is niet echt.  Dit is gemaakt door mensen.  Dat is niet gemaakt door mensen.  Dat is echt.  Maar ik weet nog steeds niet wat ik aan het doen ben.  Geen idee.  Ik weet wel dat als je daar komt (aan de andere kant) dan moet je met iemand praten.  Ik moest luisteren.  Je luistert!   Het was een sterke authoriteit; het was een zachte autoriteit.  Het was een gids—de keuze is aan jou.  Wat wil je doen? 

De liefde was er, maar ik ging niet in het licht.

Achtergrondinformatie:

Geslacht:    Mannelijk